Binnen of buiten: Qpark regeert over nagenoeg alle Heerlense betaalde parkeerplekken

Posted by | November 08, 2013 | Nieuws, Vanuit de fractie

parkeermeterDe parkeertarieven mogen niet omlaag: dat zou Qpark in de bedrijfsvoering schaden uitte de parkeerwethouder richting gemeenteraad. Dat ondertussen ondernemend Heerlen, winkelend publiek en stadsbewoners aan het kortste end trekken, parkeerders de stad mijden en de parkeerinkomsten flink achterblijven lijkt bestuurlijk Heerlen niet te deren.

Hart-Leers stemde gisteren, tijdens de 2e en afsluitende dag van de begrotingsdebatten, tegen de exorbitant hoge parkeer- en begraaftarieven in onze stad, als enige zo bleek. Daar waar ook de begraafkosten in Heerlen kennelijk niet hoog genoeg lijken te kunnen geldt dat zelfde ook voor de veel te hoge parkeertarieven. Wederom vroeg Hart-Leers om de kosten te verlagen en ook om ten minste het avondparkeren bij ‘t Loon stukken aantrekkelijker te maken. Amper 10 raadsleden stemden daar uiteindelijk mee in zodat een grote raadsmeerderheid tegen bleek.

begraafplaatsWat de kwestie Qpark betreft is het op z’n minst opzienbarend dat Heerlen zich bij de verkoop van de Tele- en Schouwburgparking door een voormalig Qpark medewerker liet begeleiden en adviseren. Binnenkort komt een universitair onderzoeker, die momenteel ook een fiks onderzoek voor Qpark begeleidt, politiek Heerlen eens even fijntjes uitleggen dat hoge parkeertarieven er echt niet voor zorgen dat minder mensen de stad bezoeken. Gelooft u dat allemaal klakkeloos? Hart-Leers zet er stuk voor stuk grote vraagtekens bij.

Om de stad vooruit te helpen opperde Hart-Leers om de spoorverbinding Station Woonboulevard Station Heerlen centrum gratis te maken en daarmee de proef op de som te nemen om delen van de 3 miljoen Woonboulevard bezoekers naar hartje Heerlen te halen. 5% van al die bezoekers zou al een extra stadsbezoek van 150.000 mensen betekenen en dat is op z’n minst enige aandacht, tijd en moeite waard. Toch?

Lees via de bijlage onze bijdrage aan de 2e begrotingsdag.

ABII’13