‘De Thermen zijn er slecht aan toe’ met die woorden informeerde de wethouder de raadscommissie gisteravond. Het verval van Heerlens oude Romeinse badhuis moet snel een halt toe geroepen worden. Dat kan via ‘consolideren en fixeren’ zo bleek.
Het is wrang om te concluderen dat de vele plannen over en rondom het Thermenmuseum keer op keer grotendeels ‘bleven liggen’ en meermaals ‘in een la’ verdwenen en daarbij nu ook te constateren dat de zichtbare overblijfselen van Heerlens Romeinse oorsprong er slecht aan toe zijn.
Hart-Leers vroeg vandaar direct na het publiek worden van dit opzienbarende bericht om deze kwestie zeker niet te laten slingeren maar Heerlen snel te informeren over het concrete hoe en wat en de daaropvolgende aanpak. Toen wij vervolgens nadrukkelijk vroegen om dit in de eerstvolgende raadscommissievergadering (januari ’14) op de agenda te zetten liet de raadscommissievoorzitter weten dat niet te willen doen vanwege een presentatie. Een presentatie waarvan de commissievoorzitter, op ons verzoek, echter niet wist te melden waarover die presentatie zou gaan…
De wethouder gaf daarop aan de Thermen in februari op de raadscommissieagenda te plaatsen omdat hij dan zeker meer weet over de aanpak van deze kwestie en wellicht ook iets concreets over de financiering ervan melden kan.
Hart-Leers wil het niet op z’n geweten hebben erover geïnformeerd te zijn en vervolgens ‘langs de zijlijn’ te hebben toegekeken. De oorsprong van Heerlen ligt in de Romeinse tijd en de Thermen zijn daar een zichtbare erfenis van. Nu blijkt dat de Thermen in slechte staat verkeren luidt niet alleen de vraag hoe en waarom het zover heeft kunnen komen en wie dit heeft laten gebeuren maar vooral: hoe stoppen we het verval, voorkomen daarmee erger en bewaren daarmee dit belangrijke stuk tastbaar Heerlens erfgoed om het ook aan toekomstige generaties te kunnen blijven tonen…
