Het klinkt erg goed als gemeentelijke instellingen verzelfstandigen en daarna ‘op eigen benen’ staan. Goed klinken en goed zijn in praktijk zijn niet altijd hetzelfde. Vandaar sprak de gemeenteraad gisteravond over een mogelijke verzelfstandiging van Muziekschool Heerlen, Openbare Bibliotheek Heerlen, Vitruvianum, de Stadsgalerij, Glaspaleisorganisatie en tevens over het Thermenmuseum, kasteel Hoensbroek en Historisch Goud. De een samengebracht in Schunck* de ander in Rijckheyt.
Onlangs ontving de gemeenteraad een verontrustende brief van de gemeentelijke OR. Een brief waarin vele vragen opgesomd werden. Vragen m.b.t een mogelijke verzelfstandiging. Antwoord hierop volgt binnenkort zo verzekerde de wethouder waarna hij mondeling reeds de meeste antwoorden wist te geven.
Ook wat betreft Hart-Leers klinkt verzelfstandiging goed. Daarbij stelde de partij echter wel de vraag waarom er dezelfde subsidie en zelfs meer kosten bij behoren. ‘Het is alles behalve zeker dat bij verzelfstandiging meer steun uit sponsoring zal worden ontvangen dat terwijl zeker is dat de gemeentelijke kosten (en verbondenheden) grotendeels onveranderd blijven. Die kosten nemen zelfs toe omdat de ‘ontvlechtingskosten’ tussen de gemeente en de diverse instellingen er nog bovenop komen.’
De wethouder overtuigde de raad met een gedegen en duidelijke uitleg. Zo duidelijk zelfs dat de voorzitter van de raad hem ertoe maande zich meer aan ‘de grote lijn’ te houden.
Met de uitspraak ‘met beren op de weg dan doen we het niet’ en het verschuiven van een besluit van eind ’13 naar eind ’14 waarmee duidelijk benadrukt werd zaken goed uit te willen zoeken en niet over een nacht ijs te zullen gaan won de wethouder ook het vertrouwen van Hart-Leers.
