Blijven roepen dat iets succesvol is en het aanslaat betekent nog niet dat het daadwerkelijk zo is. Ook dit blijkt bij het Jaar van de Mijnen dat steeds meer kritiek oogst (zie als voorbeeld de bijlage). Het lijkt er steeds meer op dat de met enkele miljoenen gevulde subsidieregeling volop gevonden word door initiatieven die hun evenement simpelweg met een ‘mijnsausje’ overgieten en zo ‘meeprofiteren’. Dat hiervoor de wensbegroting van 6 miljoen euro, die tot op heden met maximaal 3,3 miljoen gevuld is, niet bedoelt is moge duidelijk zijn.
Om geen ‘ons kent ons feestje’ te vieren omdat 50 jaar geleden de mijnsluiting aangekondigd werd en geen surrogaat Maastricht Culturele Hoofdstad (MCH18) op te richten stemde Hart-Leers als enige Heerlense politieke partij tegen het Jaar van de Mijnen. Niet omdat wij niets met het mijnverleden hebben (het tegendeel is waar) maar veel meer omdat een dergelijk Jaar van de Mijnen er geheel anders uit zou moeten zien. Juist in een dergelijk jaar zou een blijvend monument zoals het Nederlands Mijnmuseum een degelijk fundament moeten krijgen.
Wie de website van het Jaar van de Mijnen bezoekt ziet het ene culturele/artistieke evenement het andere naadloos opvolgen. De subsidieruif wordt kennelijk prima gevonden door culturele makers. Echter: is dat wel de bedoeling en waar blijven de initiatieven ‘van onderop’ en midden uit de samenleving? Waarom werden bijvoorbeeld alle voorstellen van het Nederlands Mijnmuseum door het Jaar van de Mijnen afgewezen en krijgen met name allerlei culturele uitingen een gesubsidieerd podium?
Tot nu toe ontgaat menigeen het Jaar van Mijnen waarvoor al in 2011 de grondslag gelegd werd. Als dit het is worden velen teleurgesteld en trok daarvoor alleen de overheid weer eens flink de beurs. Met 1,5 miljoen euro van de gemeente Heerlen en tot maximaal 1,1 miljoen van de provincie Limburg zijn zij diegenen die namens ons betalen.
Hoe het Jaar van de Mijnen alsnog een succes wordt lijkt de vraag. Nu zelfs gaandeweg het jaar nog initiatieven beoordeelt en bekeken moeten worden en het ondertussen afwachten is lijken de vooruitzichten -behalve erg kostbaar- niet al te rooskleurig…
[spiderpowa-pdf src=”https://hart-leers.nl/wp-content/uploads/DDL-20150313-00010HE006.pdf”]DDL-20150313-00010HE006
