Nadat bekend werd dat de zorgorganisatie die zich over de bewoners van het klooster Huize de Berg ontfermde failliet bleek was niet alleen de vraag hoe nu verder met de bewoners maar ook: hoe ziet de toekomst van deze zorgmedewerkers uit?
Nu blijkt dat nadat het faillissement een feit was -en de werknemers op straat stonden- burgemeester en wethouder kennelijk niets meer ondernamen vind Hart-Leers dat alles behalve een goede zaak. Eerder zorgde men ervoor dat met elkaar gesproken werd. Nadat een en ander definitief werd gebeurde echter niets meer. Juist dan moet zeker iets gebeuren, juist dan moet geholpen worden en moet men samen bekijken welke alternatieven en mogelijkheden er zijn.
Ervaren zorgmedewerkers in een regio die een grote zorgvraag kent zou je wellicht gemakkelijk aan een nieuwe baan kunnen helpen. Juist daar hadden wij zeker inzet van zowel de wethouder als de burgemeester verwacht.
Nu dit in het geheel niet zo blijkt -bekijk hiervoor de vandaag ontvangen antwoorden waarop wij overigens ‘enige tijd’ hebben moeten wachten- verwachten wij duidelijke tekst en uitleg.
Zou je overigens ook niet simpelweg ‘de vinger aan de pols’ moeten houden als je weet dat meer dan 40 (hoog)bejaarde stadsgenoten van het zorgteam afhankelijk is en je je er van wil vergewissen dat hoe dan ook de zorg zeker en vast op peil blijft en kundig en goed voortgezet word?
Helpen en (trachten) te bemiddelen is prima. Er vervolgens, net als de nood extra hoog is, kennelijk plotsklaps volledig mee stoppen vergt -wat ons betreft- ‘nadere uitleg’ van zowel de wethouder als de burgemeester…
