Tijdelijk station forse kostenpost voor Heerlen

In de processtukken van de Maankwartier zitting bij de Raad van State las Hart-Leers dat de gemeente Heerlen de kosten voor het tijdelijk station voor haar rekening nemen moet. Een kostenpost volledig ten laste van Heerlen omdat vertraging in de bouwstromen optrad.

Nu het tijdelijk station en de daarbij behorende voorzieningen een behoorlijk project vormen is Hart-Leers benieuwd naar de kosten hiervan en naar de wijze waarop deze kosten worden opgevangen. Vragen hierover, die Hart-Leers vorige week maandag aan de gemeente Heerlen stelde, werden (na enig aandringen) vandaag als volgt beantwoord:

‘Voor het tijdelijk station worden kosten gemaakt ten behoeve van de huur van de gebouwen, het maken en inrichten van de commerciële ruimten en de aanleg van de passerelles. Tevens worden kosten gemaakt om het tijdelijk station weer te ontmantelen. Deze kosten worden betaald uit de grondexploitatie. Een kopie van het  huurcontact zullen wij ter inzage leggen in de leeskamer. De afspraken met NS zijn nog in onderhandeling. De totale kostenpost van het tijdelijk station kan slechts op basis van nacalculatie worden bepaald.’

Nu duidelijk is dat het tijdelijk station tot 2018 ‘in functie’ blijft en ook omzetverliezen van stationsgerelateerde bedrijven voor rekening van Heerlen zijn kan met het voorgaande gemeentelijk antwoord, natuurlijk, niet volstaan worden. Hart-Leers vraagt de verantwoordelijk wethouder om tekst en uitleg. Pas na afloop van het hele proces de balans opmaken kan en mag geen realiteit worden.

Alleen de plaatsing van de passerelle, die de beide kanten van het station (tijdelijk) verbind, kostte (plaatsing en fabricage) plusminus 1.000.000 Euro.