Heerlen is ruim 6 Mln. euro kwijt aan tijdelijke stationsvoorzieningen. Voorzieningen die nu gerealiseerd worden omdat bouwstromen vertraagden en de gemeente Heerlen daardoor tijdelijke stationsvoorzieningen moet realiseren en betalen. Hart-Leers maakt deze kwestie en gang van zaken (en de forse rekening die erbij hoort) openbaar en is hierover helemaal niet te spreken.
Vanuit de gemeente Heerlen werd een totaal budget van 12 Mln. beschikbaar gesteld (bijlage, pagina 31). Nu inmiddels 2,4 Mln. tijdens fase 1 ingezet werden en van de overblijvende 9,6 Mln. ruim 6 Mln. (noodgedwongen extra kosten) aan de tijdelijke stationsvoorzieningen besteed moeten worden lijkt het geld dat overblijft de resterende werkzaamheden waarschijnlijk niet te kunnen dekken. Een zorgelijke, zeer zorgelijke situatie dus. Dat terwijl nog niet eens duidelijk is of en wanneer de bouw van het megaproject Maankwartier precies van start gaat. Immers: tot voorkort mikte Heerlen op een bouwstart in week 40 (deze week). Ook deze ‘start’ kwam echter niet van de grond.
Wat betreft het tijdelijk station, de discussie die de wethouder als ‘stemmingmakerij’ betiteld, omschrijft Heerlen het in eigen stukken (bijlage v.a. halverwege pagina 42) als volgt: ‘Kortom uitgangspunt van partijen was dat geen sprake zou zijn van de bouw van een tijdelijk station en dat de gemeente de afstemming zodanig zou laten plaatsvinden dat een tijdelijk station ook niet nodig zou zijn.
Door diverse omstandigheden (al dan niet toe te rekenen aan de gemeente) heeft de afstemming en de voortgang van de ontwikkeling problemen ondervonden, welke er -kort gezegd- toe hebben geleid dat alsnog moet worden voorzien in de bouw van een tijdelijk station. Die noodzakelijkheid –inherent aan het kunnen uitvoeren van het plan Maankwartier- is doorslaggevend voor de gemeente om genoemde verplichting na te komen.
Indien en voor zover er geen tijdelijk station zal worden gerealiseerd, zal de ontwikkeling immers niet, althans niet in de huidige vorm, kunnen plaatsvinden.
De noodgedwongen realisatie van een tijdelijk station (op openbaar gebied) vindt aldus zijn grondslag in het niet, althans niet tijdig, halen van de afspraken ter zaken van de ontsluiting en bouwstroom eenheden.
Om die reden en gelet op het bepaalde in de Uitwerkingsovereenkomst (UO) draagt de gemeente zorg voor de realisatie (en de daaraan verbonden extra kosten) van het tijdelijke station. Die afspraak is aldus op een daartoe gebruikelijke wijze geland in de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Indien de gemeente die afspraak niet zou nakomen zou immers sprake zijn van wanprestatie.
Vervolgens, iets verderop in de stukken: ‘-Omzetschade In het verlengde van het vorenstaande is van belang dat partijen in het kader van de onderhandelingen zijn overeengekomen dat de gemeente aansprakelijk is voor omzetschade die derden zullen leiden als gevolg van verhuizingen en tijdelijke huisvesting van de commerciële voorzieningen in het station.’
